Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Help! De kerk loopt leeg!

Iedereen heeft er wel op een of andere manier mee te maken: bekenden, vrienden of familie die de kerk de rug toekeren. Pijnlijk, verdrietig, een tendens…

Het was bij de volkstelling van 1879 dat ruim 12.000 mensen in Nederland aangaven niet tot een kerkgenootschap te behoren. Inmiddels zijn we zover dat het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP)aangeeft dat de verwachting is dat in 2020 72 procent van de Nederlanders buitenkerkelijk zal zijn…

Laten we eens wat dieper op dit probleem ingaan. Natuurlijk is het zo dat God Zijn kerk niet loslaat en dat Hij trouw blijft waar mensen Hem loslaten, maar we hebben wel een serieus probleem met elkaar. Het zou goed zijn om ons meer bewust te zijn van de oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. En dan kunnen we het niet alleen afdoen met het feit dat de boze rondgaat als een briesende leeuw en allerlei tactieken in de strijd gooit waar we als christenen in trappen! Al doet hij dat zeker wel.

Het Reformatorisch Dagblad heeft een tijd geleden een hele serie artikelen gewijd aan kerkverlating, uiteraard voornamelijk gericht op de reformatorische gezindte. Toch kunnen we daar een hoop van leren, omdat ook evangelische en pinksterchristenen met hetzelfde worden geconfronteerd, soms nog in sterkere mate! Otto de Bruijne heeft in 2009 een boek geschreven waarin hij, zonder te pretenderen een wetenschappelijk boek te schrijven, een duidelijke kijk geeft op wat er gaande is: “Ooit evangelisch, de achterdeur van evangelische gemeenten.”

In dit boek geeft hij aan de hand van een honderdtal enquêtes inzicht in beweegredenen van mensen om de evangelische beweging te verlaten.

Ik neem ze hier over:

1. De geslotenheid van de gemeente
2. De sterke kant van de evangelische gemeente wordt snel de zwakke kant:

  • Geborgenheid wordt beklemming
  • Enthousiasme wordt dwang.
  • Ruimte voor emoties wordt oppervlakkigheid
  • Vrije structuur wordt onveilige willekeur
  • Zekerheid wordt gebrek aan openheid

3. Manipulatie door leiders
4. Het gedachtegoed botst met de werkelijkheid, bijvoorbeeld als het gaat om ziekte en lijden
5. Er heerst een doofpotcultuur

De Bruijne geeft vervolgens aan dat het allerbelangrijkste waarom mensen vertrekken eigenlijk dezelfde reden is waarom ze gekomen zijn.

Ze kwamen binnen vanwege de vrijheid binnen de evangelische beweging, maar ontdekten, vroeger of later, allemaal ongeschreven gedragscodes die de vrijheid maar schijn bleken te maken. ‘Hoe komt het dat jij nog steeds niet je handen omhoog doet bij de lofprijzing?’ ‘Waarom ben jij nog steeds niet gedoopt?’ Niemand spreekt dit soort zaken hardop uit, maar ondertusen hebben we net zulke dogma’s ontwikkeld als waar de evangelische beweging zich in oorsprong juist tegen afzette. Wie niet meegaat in die bevrijdend lijkende ‘eisen’, krijgt (onbewust) een stempel in de gemeente of ontwikkelt schuldgevoelens, die zwaar mee kunnen wegen om te vertrekken. De gezochte vrijheid blijkt dan toch erg relatief. Het valt tegen, en, passend bij de geslotenheid van veel evangelische gemeenten: het stellen van lastige vragen wordt niet op prijs gesteld. Juist de geslotenheid wordt vaak genoemd als uiteindelijke reden voor vertrek.

Dat zijn confronterende zaken voor gemeenten en voor leiders in het bijzonder. Het vraagt om bekering! Het wordt nog schrijnender als we het onderzoek van Levi Oussoren uit 2012 erbij nemen. Hij deed een afstudeeronderzoek naar kerkverlating onder jongeren uit kerken van evangelische en pinkstersignatuur. Niet alleen onderstreept hij de bevindingen van De Bruijne, maar hij geeft vele citaten weer van jongeren die ons ernstig aan het denken moeten zetten. Ik wil daar nu niet te veel bij stilstaan, daar is de ruimte niet voor, maar iedere leider in de evangelische beweging zou dit onderzoek moeten lezen. Het geeft zo veel weer over hoe jongeren kijken naar de maniertjes, de evangelische liturgie, de dogmatiek, en, excusez le mot: de oppervlakkigheid van het “evangelische evangelie”.

In ons doen en laten zien we naar mijn mening een aantal belangrijke zaken over het hoofd, waarvan Gods Woord ons nadrukkelijk deelgenoot maakt. Een van de belangrijkste zaken is, dat de oudere generatie moet leren om zijn leven te delen met de jongere generatie. Dat vinden we al terug in het Oude Testament waarin de joden gewoon waren om op plaatsen waar ze iets meemaakten met God, een soort gedenkteken of altaar te bouwen van twaalf stenen, als herinnering aan wat God daar had gedaan. Als ze daar dan later langs kwamen, konden de kinderen de vraag stellen: “Wat heeft God hier gedaan?” We kunnen ons afvragen hoeveel van die geestelijke gedenkstenen wij in ons leven hebben opgericht. Hoeveel vragen mag de jongere generatie ons stellen over wat God in ons leven doet? En hoe open zijn we dan? Want het gaat dan niet alleen om onze overwinningen, ons succes, maar zeker ook over onze nederlagen, onze strijd en onze twijfels! En dat vraagt om openheid, eerlijkheid en echtheid. Geen maniertjes, dogma’s of geslotenheid. Hoe relevant kan het evangelie zijn vandaag de dag, voor de jongere, digitale generatie? Dat zal moeten blijken uit de levens van de generatie die hen voorgaat, zoals Psalm 78 dat al aangeeft.

Boeiend is ook dat we in Hebr.12 lezen over tuchtigen. Daar staat in de grondtekst: trekken (zoals je een paard aan de teugels trekt), een weg ten leven verschaffen. Als je dat doet, trekken, ga je zelf voorop en ziet degene die je trekt hoe je omgaat met de uitdagingen en obstakels in het leven. Wij zijn vaak sterk in duwen: “Je moet die kant op, dat heb ik ook gedaan….” De schrijver van de Hebreenbrief geeft ook aan dat zoiets niet gemakkelijk is voor degene die getrokken wordt: “ want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die er door geoefend zijn een vreedzame vrucht die bestaat in gerechtigheid.” (Hebr. 12:11)

Durven we ons leven te delen, en jongeren mee te nemen, en ze de waarheid voor te houden: het volgen van Jezus levert moeite op, strijd, nederlagen en overwinningen, maar is te allen tijde de moeite waard!