Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Pesten

Pesten is iets anders dan plagen. Bij plagen zijn twee perso­nen aan elkaar gewaagd, bij pesten is er altijd één het slacht­offer dat niets kan of durft te doen. Bij pesten is er dus sprake van ongelijkheid, er is een machts­verschil. Een groep kinderen tegen een kind alleen. Een sterkere pestkop tegen een weerloos zwakker slachtoffer.

Kinderen weten heel goed waar het om gaat en welke kinde­ren er regelma­tig gepest worden. Dat was ook in onze eigen jeugd al zo, we weten precies wie er slachtoffer was als we terugdenken aan onze schooltijd. Ervaringen en onderzoeken wijzen uit dat pesten een zeer wijdver­breid verschijnsel is. In bijna elke klas zijn er één of meer kinderen die het mikpunt zijn.  Een paar klasgenoten reageren hun agressie op het kind af. De rest van de klas vindt het wel zielig maar onderneemt niets, uit angst zelf slachtof­fer te worden. Leerkrachten en ouders merken het vaak niet. En als zij het wel zien, dan zijn de oplossingen beperkt in verhouding tot de groot­te van het probleem.

Bob van der Meer gaat uit van een voor­zichtige schatting dat 1 op de 30 kinde­ren mikpunt is van peste­rijen. Dat zou beteke­nen dat er in Nederland 100.000 kinde­ren tussen de 4 en de 18 jaar wor­den gepest. 

Wat halen pestkoppen met hun slachtoffers uit?
"Op weg naar school moest ik de jongens uit de buurt één voor één op mijn rug dragen. Ik voel nog de vernedering als ik daar aan terug­denk."

"Waren tijdens de lessen de vernederingen altijd vrij onopvallend in de vorm van fluisteren, een lelijk of sloom gezicht trekken om mij maar te laten weten dat ze een ontzet­tende hekel aan mij hadden, buiten de les ging het zeer open­lijk. Was er in de winter een ijsbaan, dan mocht ik er niet op omdat mijn schoe­nen de baan stroef zouden maken. Mocht ik er een keer op en viel ik, dan was dat reden tot grote hilari­teit."

Vernedering is het sleutelwoord in deze fragmenten. Pesten wordt meestal beleefd als heel vernederend. Het haalt een kind naar beneden in zijn of haar eigenwaarde. Pestkoppen zijn helaas erg vindingrijk ("creatief") in het verzinnen van pesterijen en kunnen dat ook heel lang volhouden.

Kenmerken van de zondebok en de pestkop
Om pesten te begrijpen, signalen op te vangen en er iets aan te kunnen doen, is het belangrijk om wat meer over de achtergronden van de pestkop en het slachtoffer te weten.

Het slachtoffer van pesten noemen we ook wel de zondebok. Uit onderzoek blijkt dat er globaal twee typen slachtoffers (zondebokken) zijn.

De grootste groep gepeste kinderen zijn relatief weerloos. Je zou ze passieve zondebokken kunnen noemen. Zulke kinde­ren zijn weerlo­zer en zwakker dan de gemiddelde andere kinderen. Ze hebben niet zo gauw een weerwoord. Jongens zijn meestal fysiek zwakker dan de rest. Zij zijn 'sociaal on­handig'. Deze kinderen hebben vaak een negatief zelf­beeld: ze zien zichzelf als waarde­loos en onaan­trek­kelijk. Juist daardoor zijn zij zo kwets­baar. Zij zenden signa­len uit die zeggen: 'pak mij niet'. Een pestkop vangt dit echter op als: 'hem kan ik pakken'. Deze slachtoffers zullen zich niet snel verzetten tegen de agres­sie van de pesters. Zij trekken zich terug.

Een relatief klein aantal kinderen reageert actief, op provo­cerende wijze. Wanneer zij worden aangevallen dan worden ze boos en vechten terug of proberen het op z'n minst. Zij veroorzaken ook zelf spanning en roepen zowel bij kinderen als volwasse­nen irritatie op.Soms zijn dit drukke, beweeglijke kinderen, denk aan ADHD’ers. Deze kinderen krijgen vaak als reactie: 'je lokt het zelf uit', ze worden provocerende of actieve zondebokken genoemd.

Zowel de passieve als de actieve zonde­bok reageert op zijn eigen, aange­leerde manier en deze reacties roepen het pesten vaak eerder op dan dat het pesten stopt. Het pesten zal dus door­gaan, met als gevolg dat de gepeste kinderen steeds onzekerder worden en kans lopen op blijvend letsel: sociale faalangst, onzekerheid in sociale relaties, eenzaam­heid en isolement.

De pestkop doet zich vaak fysiek en verbaal sterker voor dan zijn slachtoffer. Ze overrompelen hun slachtoffer door hun “stoere” gedrag. Hij ziet de ander als waardeloos. De persoonlijkheidsstructuur van een pestkop kan vaak agressief worden genoemd: ze neigen ertoe agressief te reage­ren in veel verschillende situaties. Ze hebben een zwakke contro­le over hun agressie en hebben een positieve houding ten opzichte van geweld. Pesters weten vaak niet hoe ze vrienden moeten maken, dus gaan ze stoer doen. Sommige pesters zijn vroeger zelf erg gepest, ze willen dit niet meer en slaan dus zelf aan het pesten. Een enkele pestkop wil er wel mee stoppen, maar weet niet hoe.

Oorzaken
Hoe komt het dat sommige kinderen zich ontpoppen tot ware pestkoppen? Een Noorse onderzoeker heeft een aantal moge­lijke oorzaken die jarenlang werden gehanteerd, onderuit ge­haald. Hij heeft ontdekt dat pesten niet veroorzaakt wordt door de grootte van de klas of school, het falen op school, fysieke afwijkingen of afwijkende kleding. 75% van de kinderen die gepest worden, heeft wel een of andere afwijking in het uiterlijk of de kleding, maar ze worden lang niet allemaal een zondebok. 

De dingen die er wel mee samenhangen, zijn onder meer sociale omstandigheden zoals het inkomen of opleidingsni­veau van de ouders. Ook de opvoedingsstijl die de ouders hanteren blijkt belangrijk te zijn: negativisme van de ouders, gebruik van geweld en machtsmiddelen in de opvoeding en het tolereren van agressief gedrag leiden sneller tot pestgedrag.

Gevolgen
"Door dat pesten op school was mijn gevoel van eigenwaar­de tot het absolute nulpunt gedaald. Ik denk dat daarom ook mijn eigen wil weg was. Ik was immers niet belangrijk? Ik heb nog steeds een grote faalangst. De gebeurtenis­sen die ik toen moest meemaken hebben voor altijd een stempel op mij gedrukt."

Het gevoel van eigenwaarde bij slachtoffers van pesten krijgt een enorme deuk; het leidt tot een laag zelf­beeld. Hun eigen wil wordt lam gelegd en ze worden faalangstig, zonder zelfvertrouwen.  

"Nog dagelijks ondervind ik hinder van al die jaren in een hoek gedrukt te zijn. Je snel laten overdonderen en je laten ge­bruiken door mensen. Het heeft een stempel op mij gedrukt. Maar ik moet verder, ook ik zal er komen. Als al die kinderen die mij geplaagd hebben eens wisten wat ze hebben aange­richt. Hoe zit dat trouwens met de opmerking "het zijn maar kinderen"? Voor mij zal het leven een gevecht blijven, een eeuwige strijd die je met jezelf aan moet gaan."

Kinderen die gepest worden hebben de neiging andere men­sen te wantrou­wen, ook als die goede bedoe­lingen hebben. De manier waarop ze zijn gepest werkt dit in de hand. Soms leidt het tot depressieve gedachten of gedachten over zelfdoding.

"Als je op school getreiterd wordt en je kunt er thuis niet over praten, zul je ergens anders een leemte mee op moeten vullen. Ik heb mijn toevlucht genomen tot huisdieren. Huisdieren zijn fantastisch. Ze zijn zo eerlijk als goud, ze kijken niet of je vlot bent of knap. Ze kijken naar je innerlijk, ze zijn rechtvaardig en te vertrouwen. Je kunt ze alles vertellen en ze zullen je geheimen niet verder vertel­len. Zonder huisdie­ren had ik misschien wel zelfmoord gepleegd."

Wan­neer een pestkop niet wordt gecorrigeerd, zal hij blijven pesten. Deze kinderen zijn uiteindelijk niet geliefd en worden door ande­ren gemeden. Ook lopen zulke kinde­ren een grote kans later tot crimi­neel gedrag te vervallen. De rest van de klas of groep (de meelopers) kan zich voortdurend schuldig voelen over het feit dat zij zich niet verzetten tegen de behandeling van een klasgenoot, omdat ze misschien bang zijn dat ze zelf zullen worden gepest. Als er gepest wordt in een groep, krijgt de hele groep daar last van. Niet alleen het slachtoffer, maar ook de meelopers en de pestkop zelf.

Pesten blijft vaak verborgen voor volwas­senen
Een belangrijke reden waardoor pesten lang kan voortduren is dat ouders en leerkrachten vaak niet op de hoogte zijn van de situatie. Het blijft verborgen. En als volwasse­nen weten dat er gepest wordt, dan zien ze vaak maar het topje van de ijsberg. Hoe komt dat? Alle betrokke­nen hebben de neiging om er niet over te spre­ken. De pestkop praat er natuurlijk niet over tegen volwassenen. Hij geniet van de macht die hij over een ander kan uitoefenen. Vaak deelt hij het slachtoffer, tijdens of na een mishandeling, mee dat, als deze er met iemand over praat, het nog erger zal worden.

Het slachtoffer praat er vaak ook niet over. Daar zijn een aantal redenen voor. Bijna altijd zijn zij bang voor de gevolgen, wanneer zij hun geheim aan buiten­staanders vertellen. Hierdoor overtreden zij namelijk een ongeschre­ven groepsnorm: 'over groepsge­heimen praat je niet met buiten­staan­ders'. In sommige gevallen zijn zij bang niet geloofd te worden. Leerkrachten en ouders nemen hen vaak niet serieus of vinden het “kinderproblemen”. Verder kunnen zij bang zijn dat de situatie zal verer­geren of nog meer in het geheim zal plaatsvinden. Tenslotte  willen zij hun ouders niet teleurstellen omdat zij zich zwak gedragen.

De meelopers tenslotte zwijgen omdat ze bang zijn zelf een slachtoffer te worden. Het pesten zou zich dan wel eens tegen hen kunnen keren.

Actiepunten voor de betrokken volwassenen

Richting het slachtoffer

  • Neem het verhaal serieus
  • Wees een vertrouwenspersoon die naar hem luistert en hem serieus neemt. Leef je in, in de ervaringswereld van het kind
  • Pastorale zorg is nodig voor slachtoffer. Troost, bemoediging en leren om­gaan met wrok
  • Leer het kind anders te reageren op pesten: gedrag dat het pesten voorkomt of doet stop­pen. Leer het kind weerbaar te zijn.
  • Leer het kind 'sociale vaardigheden' door middel van een rollenspel, zoals: "nee zeggen" en "een gevatte opmerking terug geven", enz.
  • Werken aan zelfvertrouwen. Wat kan het kind goed? Complimenten geven
  • Probeer het kind te laten deelnemen aan een positieve groep, bijvoorbeeld de scouting

 Richting de ouders van het slachtoffer

  • Er moet contact gelegd worden met de ouders van het slacht­of­fer; wat is of kan hun rol zijn?
  • Wijs ouders erop dat ze hun kind in dit proces serieus moeten nemen
  • Overtuig ouders ervan dat ze op school of in de groep moeten gaan praten

Richting de ouders van de pestkop

  • Probeer de medewerking van ouders van pes­ters te krijgen. Vaak is dit moeilijk, omdat ouders zich snel aan­ge­vallen voelen. Hier is het dus van belang om een vertrouwd iemand met de ouders te laten praten en te zorgen dat zij niet afgeschilderd worden als slechte ouders. Zowel ouders van pesters, als ouders van slachtoffers zijn vaak slecht op de hoogte van het gedrag van hun kinde­ren

Richting de pestkop

  • We zouden het bijna vergeten en het gaat vaak tegen ons gevoel in, maar ook de pestkop heeft pastorale hulp nodig!
  • Er moet gesproken worden met de pestkop om hem te helpen inzicht te krijgen in wat hij het slachtoffer aandoet. Dat is moeilijk, zeker tieners kunnen zich vaak moeilijk verplaatsen in een andermans situatie
  • Draai in een rollenspel de rollen eens om, de pestkop is nu het slacht­­offer en zal ervaren hoe het voelt om gepest te worden
  • De pestkop moet ander gedrag aanleren. Ook voor hem kan een sociale vaardigheidstraining goed helpen

Probeer verder de medewerking van school of groep te krijgen. Het is van groot belang dat de school of in ieder geval een leer­kracht en/of het hoofd van de school positief staan tegen­over het oplossen van het probleem. Pesten is een ingewikkeld probleem dat je heel vaak niet kunt oplossen als pastoraal werker. Zoek hulp bij een professionele instantie als je er niet uitkomt! Denk ook niet dat het bij jou op de groep of club niet voorkomt. Helaas zijn er ook in de kerk of op de club kinderen het slachtoffer van pesten. Doe je ogen en oren dus wagenwijd open om signalen op te vangen!

Tot slot
Spreuken 31:8,9: Doe uw mond open ten bate van de stomme, ten behoeve van die wegkwijnen; open uw mond, oordeel recht­vaar­dig, verschaf de verdrukte en nooddruftige recht.

God is bewogen over de verdrukte, over kinderen die gepest worden. Voor ons ligt er de taak en verant­woorde­lijk­heid om voor hen op te komen, om onze mond open te doen!