Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Jongeren en kerkverlating

Jongeren en kerkverlating

Drie typische kenmerken van jongeren die de kerk niet verlaten. Wat typeert kinderen die wel in de kerk blijven? Dit!

“Wat moeten we doen met onze kinderen?” De groep ouders zat bij elkaar in mijn kantoor en veegden de ogen droog. Ik ben een pastoor op een middelbare school, maar deze keer hadden de ouders het niet over drinkende en feestende zestienjarigen. Elk van hen had een verhaal te vertellen, over een ‘goed christelijk’ kind, opgevoed in hun huis en onze kerk, dat zijn geloof had losgelaten tijdens zijn collegejaren. Tijdens hun tienerjaren hadden deze kinderen het jeugdprogramma van onze kerk doorlopen, waren op korte zendingsmissies geweest, en hadden in verschillende kerkelijke organisaties geholpen. Nu wilden ze er niets meer mee te maken hebben. En, ik vond het idee van de moeders, om namens onze kerk de studenten zorgpakketjes te sturen tijdens hun eerste jaar om hen te helpen verbonden te blijven met de kerk, geen oplossing die diepgaand genoeg ging.

De beangstigende statistieken over kerkgaande jongeren blijven maar binnen komen. Paniek volgt. Wat doen we fout in onze kerken, in onze jongerengroepen?

Het is moeilijk verschillende rapporten door te spitten en het echte verhaal te vinden. Er is niet één simpele oplossing om al deze ‘verloren’ kinderen terug te brengen naar de kerk, anders dan te blijven bidden voor hen en hen het evangelie te vertellen en voor te leven. Hoewel, we kunnen kijken naar de twintigers in onze kerk die wel verbonden zijn met het geloof. Wat zijn de eigenschappen van die kinderen dat ze in de kerk blijven? Ik zal op deze plaats schetsen wat ik gezien van deze kinderen, met een aantal toepassingen voor hen onder ons die betrokken zijn bij het jeugdwerk in de kerk.

1. Ze zijn bekeerd
De apostel Paulus gebruikt, fascinerend genoeg, geen uitdrukkingen als ‘gemiddelde christenen’ of ‘een aardig goed kind’. De Bijbel gebruikt ook geen clichés zoals: “Tja, het is niet goed wat hij deed, maar hij heeft een goed hart.” Wanneer we luisteren naar de getuigenissen van de Bijbel, vooral over het onderwerp bekering, blijkt dat er weinig bewegingsruimte is. Luister naar deze woorden: “Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.” (2 Kor. 5:17) Jeugdwerkers moeten het begrip ‘redding’ weer de betekenis geven zoals het wordt bedoeld: een wonder door de geweldige kracht van God en door het werk van de Heilige Geest.

We moeten stoppen met het praten over ‘goede kinderen’. We moeten stoppen met tevreden zijn met de opkomst op jeugdgroepen en leuke hangplekken. We moeten starten met knielen en bidden dat de Heilige Geest wonderbaarlijk werk zal doen in de harten van onze kinderen wanneer het Woord van God tot hen spreekt. Kortom, we moeten teruggaan naar een focus op bekering. Hoeveel van ons preken voor ‘onbekeerde evangelisten’? Jeugdwerkers, we moeten preken, onderwijzen en praten – terwijl we ondertussen onafgebroken vurig blijven bidden voor verandering in de harten en zielen van onze kinderen door de kracht van de Heilige Geest! Wanneer dat gebeurt – wanneer het ‘oude voorbij is’ en ‘het nieuwe gekomen is’ – zullen ze klaar zijn om te onderwijzen, om te verspreiden en om een groep toekomstige kerkleiders voor te bereiden – “nieuwe scheppingen”! –  ernaar verlangen om Gods Woord te kennen en erover te spreken. Het zijn bekeerde kinderen die doorgaan met het liefhebben van Jezus en de kerk dienen.

2. Ze zijn toegerust, niet vermaakt.
Kort geleden hebben we een ‘mannendag’ gehad met wat kerels uit onze jeugdgroep. We begonnen met een uurtje basketbal in het park in de buurt, zijn verder gegaan met een intensief potje van Chicago Style softbal en eindigden de middag met onszelf volproppen met vleespizza’s en twee-literpakken frisdrank. Ik ben niet tegen plezierige (of smerige, afhangend van je mening over de middag die ik net beschreven heb) dingen in het jeugdwerk. Maar jeugdwerkers, in het bijzonder, moeten de woorden van Efeze 4:11-12 tegen zichzelf blijven herhalen: “[Christus] is het die de apostelen heeft aangesteld om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst, voor het opbouwen van het lichaam van Christus.” Christus geeft ons – leraren – aan de kerk, in eerste instantie niet voor vermaak, aanmoediging, voorbeelden of zelfs voor vriendschap. Hij geeft ons aan de kerk om de heiligen ‘toe te rusten’ om evangeliserend werk te doen, zodat de kerk van Christus opgebouwd mag worden.

Als ik de kinderen in mijn groep niet heb toegerust tot het delen van het evangelie, een jong gelovige begeleiden tot bekering en een Bijbelstudie te leiden, dan heb ik mijn taak voor hen niet voldaan, hoe goed mijn preken ook geweest zijn. We bidden voor bekering; dat is alles wat we kunnen doen, want het is volledig de genade van God. Maar na bekering, is de aan ons gegeven taak om de vlam van geloof aan te wakkeren, de vlam die dient, leidt, onderwijst en groeit. Als onze kinderen de middelbare school verlaten zonder de gewoonte om de Bijbel te lezen en te bestuderen, zonder sterke voorbeelden van discipelschap en gebed, dan zijn we ze kwijtgeraakt. Dan hebben we hen vermaakt en niet toegerust… en moeten we inderdaad in paniek raken!

Vergeet je jeugdwerk voor een moment. Zenden we vanuit onze jeugdgroepen studenten uit dat op een universiteit in een andere staat, zich bij een kerk zal voegen en het evangelie daar zal verkondigen, zonder dat het hen gevraagd wordt? Zijn we hen aan het voorbereiden op dat doeleinde, of geven we ze slechts een goede tijd voor de momenten dat ze bij ons zijn? We hebben geen jeugdgroepjunks nodig; we moeten groeiende kerkmannen en kerkvrouwen zijn, die toegerust zijn om te onderwijzen, te leiden en te dienen. Zet je jeugdwerkbeleid aan de kant als je naar die zestienjarige jongen kijkt en vraag jezelf: “Hoe kan ik tijd met dit kind doorbrengen en ervoor zorgen dat hij de beste diaken en de zondagsschoolleraar wordt die hij kan zijn, over tien jaar?” 

3. Hun ouders predikten hen het Evangelie
Als jeugdwerker kan ik niet alles doen. De hier door mij genoemde toerusting gaat me volledig boven de pet. Natuurlijk is het voor mij onmogelijk om bekering te geven, maar het is even onmogelijk om een toegeruste groep te hebben die levendige kerkmannen en kerkvrouwen naar buiten stuurt, als het niet van huis uit tienvoudig bekrachtigd wordt. De rode draad die alle kerkgerichte twintigers die ik ken samenbindt, is uitermate duidelijk: een thuis waar het evangelie niet een bijkomstigheid is, maar absoluut centraal staat. De twintigers die dienen, leiden en de groepen drijven in onze kerk, zijn kinderen die van hun ouders naar de kerk moesten gaan. Zij zijn de kinderen wiens ouders hen straften en verantwoordelijk hielden als ze tegendraads waren. Zij zijn de kinderen wiens ouders elke avond na het eten de Bijbel lazen. En zij zijn de kinderen wiens ouders streng waren, maar uiteindelijk handelden vanuit een kader van genade dat het kruis van Jezus omhooghield als de basis van vrede met God en vergeving naar elkaar.

Dit is geen formule die garant staat voor succes! Kinderen uit gezinnen waar het evangelie centraal staat verlaten de kerk; mensen uit gebroken gezinnen vinden het eeuwig leven in Jezus en hebben prachtige huwelijken en gezinnen. Maar het is ook geen hoop onzin. Het is in het algemeen zo dat kinderen die opgroeien bij en geleid worden in hun geloof door ouders die Jezus levendig liefhebben, hun kerk actief dienen en het huis verzadigen met het evangelie, opgroeien om Jezus en de kerk lief te hebben. De woorden van Spreuken 22:6 vormen geen formule die honderd procent van de tijd waar is, maar het geeft ons een principe dat uit het genadige plan van God komt, de God die blij is dat zijn Woord van generatie op generatie wordt doorgegeven: “Leer een kind van jongs af aan de juiste weg en het zal niet afwijken wanneer het oud geworden is.”

Jeugdwerkers, bid met al wat je hebt voor ware bekering; dat is Gods werk. Rust de heiligen toe voor het werk van de kerk; dat is jouw werk. Ouders, predik en leef het evangelie voor aan je kinderen; ons werk hangt van jullie af.

Originele titel: 3 Common Traits of Youth Who Don’t Leave the Church – Jon Nielson.
Vertaald door: Esther Ulfman.
Eindredactie: Stichting Generatio