Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Paulus en Timotheus

Onlangs keek ik naar de beroemde tv-serie ‘Band of Brothers’. Tijdens tien spannende afleveringen kruip je in de huid van een groep Amerikaanse parachutisten die zich een weg naar Duitsland vechten. Het is ongelofelijk wat deze mannen moeten doorstaan. De serie is zo realistisch dat telkens de vraag opkomt: hoe zou ik handelen in een situatie van leven op dood? Dat heldenmoed geen vanzelfsprekende menselijke reactie is, blijkt uit een aflevering waarin een jonge rekruut wordt gevolgd. De arme jongen raakt bij de eerste de beste schotenwisseling totaal in paniek. Verlamd van angst stopt hij zijn oren dicht. Hij belandt in een shock en laat zijn eenheid in de steek. In de ziekenboeg schaamt hij zich kapot om zijn falen op het moment suprême. Teleurgesteld zit hij bij de pakken neer. Maar dan komt Dick Winters voorbij, een kolonel die zijn sporen heeft verdiend aan het front. Hij spreekt de jongen op krachtig wijze toe en laat hem weten in zijn heldenmoed te geloven. Voor een volgende risicovolle patrouille worden vrijwilligers gevraagd en ditmaal stapt de jongen dapper naar voren. Hij overwon zijn eigen lafheid  door de bemoedigende woorden van kolonel Winters.

Bij het zien van deze beelden moest ik denken aan een andere ontmoedigde jonge soldaat en een bemoedigende veteraan: Timotheüs en Paulus, soldaten in Gods leger. Je ziet in hen mooi hoe God generaties samensmeedt. Paulus was een apostel, een veteraan die al heel wat medailles aan de frontlinie had verdiend. Hij had de grenzen van Gods koninkrijk uitgebreid door gemeentes te stichten en te prediken. Op één van zijn reizen had hij de jonge en verlegen Timotheüs in zijn rangen opgenomen. Samen hadden ze gevochten aan het front en grote geloofsoverwinningen behaald, samen hadden ze zware ontberingen geleden. Er was een band tussen die twee ontstaan die nog dieper gaat dan tussen beroepsmilitairen aan het front. Het laat zien dat, als oud en jong schouder aan schouder strijden in Gods koninkrijk, er geestelijke ouder-kind relaties ontstaan. De tweede brief aan Timotheüs geeft ons een prachtige inkijkje in Paulus kloppende hart voor zijn ‘geestelijke’ zoon. Paulus zat in een Romeinse gevangenis en stond op het punt om te worden geëxecuteerd. Hij keek de dood in de ogen. De vervolging had veel christenen geïntimideerd en velen distantieerden zich van Paulus. Ook Timotheüs bleef, net als de jongeman in ‘Band of Brothers’, bang in zijn schuttersputje liggen toen het bombardement van de duivel begon. Als Paulus dat ter ore komt, stuurt hij een brief met een dringend bevel: ‘Timotheüs neem je positie aan de frontlinie weer in!’. Maar de manier waarop hij dat doet overtreft zelfs de kracht van de bemoedigende woorden van kolonel Winters. Niet als een kolonel, maar als een vader spreekt Paulus de jongen toe. Hij noemt hem  ‘mijn geliefde kind’ en laat hem weten dat hij dag en nacht voor hem bidt en er hevig naar verlangt hem weer te zien. Wij Nederlanders zeggen vaak dat je gezag moet verdienen. Paulus laat hier zien dat in Gods koninkrijk gezag voortkomt uit liefde. Pas nadat hij de jongen heeft overtuigd van zijn liefde en gebed, sommeert hij de jongen zijn positie aan het front weer in te nemen. Hij schrijft:

‘God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.’

Wat laat God in deze brief prachtig zien een God van generaties te zijn. Paulus zat in de gevangenis, maar het troostte hem dat God zijn bediening voortzette in Timotheüs. En Timotheüs was door Paulus gepositioneerd, maar wist zich ook door zijn gebed en bemoediging gedragen. Wij jonge mensen hebben bemoedigende en biddende ouderen nodig om het vol te houden aan de frontlinie! Ik weet nog goed hoe ik als tiener bij een oudere man uit de gemeente mijn hart uitstortte. Ik was teleurgesteld in mezelf en trok me terug in mijn schuttersputje. Ik weet nog dat deze oudere broeder naar me luisterde, krachtig met me bad en me op het hart drukte: ‘Timon, je doet het goed, ik ben trots op jou.’ Hij was op dat moment mijn kolonel Winters! Hij vermaande me liefdevol als een Paulus. Wilt u ook een bemoediger voor jongeren zijn?

Timon Kitsz- jonge spreker, jongeman en jonge vader (29 jaar)

Dit artikel is gebaseerd op 2 Timotheüs 1.