Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Verantwoord taalgebruik: Ouders doe(n) het voor!

Dat kinderen de taal van ouders overnemen verbaast ons niets. Dat weten we. Spreekt een ouder met deftige woorden, dan zal het kind dat ook doen. Is een ouder grof in de mond, dan zal het kind dat ook zijn. Tenminste, in de meeste gevallen. Maar wat is verantwoord taalgebruik?

Misschien wordt ‘verantwoord’ wel duidelijker als je het zet naast ‘onverantwoord’. Onverantwoord gedrag is vaak gedrag dat gevaar oplevert. Ik noem een extreem voorbeeld: Een kind van vier een echt pistool geven om mee te spelen. Daarvan weet iedereen: onverantwoord, daar komen grote brokken van. Zo kun je nog wel meer rare voorbeelden bedenken.

Verantwoord heeft alles te maken met veiligheid. Veiligheid voor jezelf en je omgeving. Bedrijven moeten er steeds meer aan doen om de veiligheid voor hun werknemers te garanderen. De Arbodienst controleert daarom stoelen, bureaus, machines en arbeidsomstandigheden. In ruimten waar veel geluid geproduceerd wordt, moeten de mensen gehoorbescherming dragen om hun oren te beschermen. En waarom? Om problemen te voorkomen: gehoorbeschadiging, lichamelijk letsel, geestelijke problemen, etc.

Werkt het in een gezin ook niet zo? De vader of moeder fungeert net als de Arbodienst. Kinderen weten nog niet alles en daarom zijn bepaalde gedragingen soms onverantwoord. Omdat de Arbodienst de gevolgen heeft gezien van een verkeerde houding, schadelijke geluiden en een te hoge werkdruk, adviseren ze werknemers om dingen te verbeteren. Om problemen te voorkomen moeten ouders hun kinderen adviseren en tegelijk zelf het goede voorbeeld geven. Dit geldt ook voor veilig taalgebruik. Met woorden kun je anderen pijn doen en veel kapot maken. Gelukkig wijst Gods Woord ons de weg. In Efeze 4:29 lezen we: Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort.

Taal leer je zoals je andere dingen leert; door nadoen en oefenen. Op die manier leer je fietsen, voetballen en zo leer je ook taal. Echter, kinderen doen niet alleen het goede na, ook het verkeerde. De onderwijzeres van de kleuters weet precies hoe de moeders het huishouden doen; dat wordt zichtbaar en hoorbaar in de poppenhoek. Kinderen doen niet alleen de ouders na maar ook anderen. Zij leren taal van hun gehele omgeving, maar natuurlijk het meest van diegenen die voor hen het belangrijkst zijn: de ouders. Als ouder ben je een rolmodel voor je kind; het zal jouw taal overnemen. Doe het dan maar goed voor, dan zullen de kinderen het goed nadoen. Net zoals een papegaai; het symbool voor de Bond tegen vloeken. De goede raad die Paulus aan Titus geeft mogen ouders ook aannemen en toepassen: Maar jij moet verkondigen wat overeenkomt met de heilzame leer (Titus 2:1).

Goede woorden hebben grote kracht. Woorden uitgesproken met een juiste intentie en goede toon zullen door kinderen worden opgepikt. Zo leren ze niet alleen de goede woorden maar ook de juiste toon en intentie te kiezen. Ze leren dat je niet alles tegen iedereen kunt zeggen. Wat je tegen je broertje zegt, kun je niet altijd bij opa en oma zeggen. Het is belangrijk dat je met je taal goed aansluit bij de persoon met wie je spreekt. Ook van Salomo kunnen we in dit opzicht leren. Veel van zijn wijze spreuken gaan over woordgebruik, bijvoorbeeld: Een mens vindt vreugde in een goed- gekozen antwoord, de juiste woorden op de juiste tijd - hoe voortreffelijk is dat (Spreuken15:23). 
Op school wordt veel aandacht besteed aan taal. Het is één van de twee hoofdvakken op de basisschool. Spelling is belangrijk: is het met een d, t of dt? Oefening in grammatica is belangrijk voor de vervolgopleiding, zeker als er vreemde talen geleerd moeten worden.
Het is goed om in de opvoeding de juiste accenten te leggen. Op school leren kinderen belangrijke dingen; thuis leren ze de belangrijkste. Met vallen en opstaan. En hoe vaak struikelen wij allemaal! In Jakobus 3:2 lezen we: Wie nooit struikelt in het spreken kan zich een volmaakt mens noemen, die in staat is om zelfs het hele lichaam in toom te houden.

Wij mogen onze kinderen leren hun mond te gebruiken om God te loven. Zoals in Psalm 71:8 wordt verwoord: Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof en met Uw luister, de hele dag. Een heerlijke opdracht voor ouders!


Dit artikel is geschreven in samenwerking met Frans de Koeijer van Bond tegen vloeken