Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Drie generaties

Drie generaties: Opa Jakob, vader Jozef en de kinderen Manasse en Efraïm

Tijdens dit gezinsmoment denken we na over de drie generaties in de familie van Jakob. Jakob zelf als grootvader, vader Jozef en zijn twee oudste zonen: Manasse en Efraïm. We willen de kinderen laten zien hoe mooi het is als je een opa of oma hebt die de Heere liefheeft en die de zegen van God aan zijn/haar kleinkinderen wil geven of met/voor hen bidt. Verder zien we in dit Bijbelgedeelte dat God onze wereld op zijn kop zet: de eerste wordt de laatste. God is niet gebonden aan onze tradities en gewoonten, maar God voert Zijn eigen plan uit in ons leven.

Begin met een paar wedstrijdspelletjes. Voor de jongere kinderen: wie is het eerste aan de andere kant van de kamer op handen en voeten? Voor grotere kinderen: wie heeft als eerste vijf namen uit de Bijbel opgeschreven die beginnen met een J? Of verzin een (paar) ander(e) leuke wedstrijdspelletje(s). Geef een compliment of beloning aan degene die juist het laatste aan komt of die verloren heeft. De kinderen zullen vast wel gaan protesteren… Roep de kinderen aan tafel om het uit te leggen met een verhaal uit de Bijbel.

Vertel of lees het verhaal voor over Jakob, Jozef en Manasse en Efraïm (Genesis 48). Jakob is oud geworden en merkt dat hij bijna gaat sterven. Daarom roept hij eerst Jozef bij zich. Jozef brengt zijn zonen Manasse en Efraïm mee naar hun opa Jakob. Jakob gaat met moeite rechtop in bed zitten en vertelt over hoe goed de Heere voor hem geweest is en zegt dat hij zijn kleinzonen Manasse en Efraïm wil zegenen. Hij wil ze zelfs aannemen tot zijn eigen kinderen: ze krijgen net zo’n grote zegen als zijn eigen zonen. Jakob vind Manasse en Efraïm heel belangrijk, omdat de oma van Manasse en Efraïm al heel vroeg gestorven is en Jakob heel veel van haar gehouden heeft. Jakob vraagt wie Jozef meegenomen heeft, want hij kan het niet goed meer zien. Jakob brengt Manasse en Efraïm dicht bij Jakob. We weten niet of Jakob zijn twee kleinzonen al vaker gezien had. Hij heeft hen in ieder geval niet op zien groeien, zoals zijn andere kleinkinderen. Toch laat hij merken dat hij heel veel van hen houdt. Hij kust en omhelst hen, zoals een opa bij zijn kleinkinderen doet. Wat fijn dat Manasse en Efraïm nu voelen hoeveel opa van hen houdt! Jakob dankt God dat hij zijn kleinkinderen nog mag ontmoeten. Daarna gaat Jakob Manasse en Efraïm zegenen. De oudste zoon kreeg altijd de grootste zegen, dus Manasse zou die zegen moeten krijgen als oudste zoon van Jozef. Maar Jakob kruist zijn armen en legt zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm en zijn linkerhand op het hoofd van Manasse. Jozef wil ingrijpen en de rechterhand van Jakob op het hoofd van Manasse leggen, maar Jakob houdt hem tegen. Hij moet van de Heere de grootste zegen aan Efraïm geven. Hij zal later machtiger zijn dan Manasse en er zullen heel  veel volken van hem afstammen. Manasse krijgt ook een zegen van zijn opa. De jongens worden zo gezegend dat er later heel veel opa’s of vaders in Israël tegen hun kinderen of kleinkinderen zullen zeggen: ‘Moge God je maken als Efraïm en Manasse’. Manasse en Efraïm gaan er geen ruzie over maken dat Efraïm de grootste zegen krijgt. Ze luisteren stil naar de woorden van opa. Die woorden van opa zijn eigenlijk de woorden van God. Wat mooi als je opa of oma Gods woorden aan jou doorgeeft!  Wat is dat een zegen als je zo’n opa of oma hebt! En als je die niet hebt is er in je familie misschien toch nog wel iemand die voor je bid, maar er is Eén Iemand die altijd aan je denkt en voor jou bid: dat is de Heere Jezus. Hij zorgt voor jou en zegent jou, meer dan een opa of oma kan doen!

Zing samen het lied: De Here zegent jou (Marcel & Lydia Zimmer) Met kleine kinderen kan je ook nog zingen: ‘Eens brachten de moeders’ en het B-boekje Kinderzegening voorlezen.

Teken je opa of oma op een kaart en schrijf ze hoeveel je van hen houdt en hoe fijn je het vind als ze je over God vertellen. Misschien bidden je opa of oma voor je of zegenen ze je weleens. Jij kunt ook voor je opa of oma bidden of hen een zegen toewensen. Schrijf een mooie zegen(wens) op de kaart en stuur hem op naar je opa of oma. Als je geen opa of oma hebt kun je misschien wel een kaartje maken voor een oude meneer of mevrouw die je kent. Misschien willen zij wel een beetje als opa of oma voor je zorgen en voor je bidden. Niet alle oude mensen zijn opa of oma. Wie weet maak je een oudere wel heel erg blij met een kaartje!

Julian Bossenbroek – oktober 2017