Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Verschillende fases van verwerking voor een kind

Het lijkt inmiddels een normaal gegeven: een kind komt thuis en vertelt dat de vader en moeder van die en die gaan scheiden. Niet iets om erg lang bij stil te staan, het gebeurt immers zo vaak dat we er mee hebben leren leven. Lijkt het. Ieder jaar zien tussen de 35.000 en 45.000 minderjarige kinderen hun ouders uit elkaar gaan. Het komt zo vaak voor dat het normaal lijkt. En laat ik het er maar gelijk bij vermelden: ook onder chris­tenen is echtschei­ding inmiddels een veel voorkomend, en wat erger is, een algemeen geaccepteerd verschijnsel. De bijbelse waarde van het huwelijk als iets dat God heeft samengevoegd en wat de mens niet mag scheiden, lijkt ook voor de kerk een achterhaald begrip. Vaak is er aandacht en zorg voor de part­ners die uit elkaar gaan en vaak lijkt dat in goede harmonie te gaan en blijven beiden verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen. Andere voorbeelden zijn er natuurlijk ook maar in alle gevallen geldt dat kinderen altijd het kind van de rekening zijn. Onderwijssocioloog prof. Dr. J. Dronkers stelt dat de tijd niet alle wonden heelt en dat echtscheiding en de ruzies eromheen een kind beschadigen en dat de bittere nasleep ervan tientallen jaren kan duren. Uit onderzoeken blijkt dat kinderen van gescheiden ouders vaker instabiele relaties hebben, op jongere leeftijd met een ander naar bed gaan, vaker losse partners hebben, minder traditioneel denken over relaties en minder vaak een gezin willen stichten.[1]

Het gezin is Gods idee en bedoeld als plaats waar kinderen veilig groot kunnen worden met de bescherming van hun beide ouders. Ik geloof dat de echtscheidingsproblemen vandaag de dag alles te maken hebben met het enorme individualisme dat hoogtij viert in onze maatschappij. Gedirigeerd door de overheid zijn we meer bezig met hoe we zelf zoveel mogelijk van ons leven kunnen genieten en vergeten we de gedachte die God oorspronkelijk had met het huwelijk. En de partner die niet meer voldoet aan ons ideaalbeeld wordt net zo gemakkelijk ingeruild voor een ander.

Maar niet alleen de part­ners die uit elkaar gaan hebben te maken met de geestelij­ke en emotionele verwerking, ook een kind heeft daar mee te maken.

Waar gaat een kind doorheen, hoe ervaart het alles, hoe reageert het? En in tweede instantie: hoe kunnen we een kind begeleiden om hier doorheen te komen, wat kunnen we het kind als christen aanbie­den vanuit de principes die God ons in Zijn woord aanreikt?

De echtscheiding op zich

Als ouders uit elkaar gaan is dat meestal geen gebeurtenis die zomaar plaatsvindt, die als het ware uit de lucht komt vallen. Ook voor een kind niet. Het besluit wordt niet van de ene op de andere dag genomen. Er is een bepaalde periode die vooraf gaat en waarin het kind in het gezin allerlei ervaringen opdoet.

Wanneer de echtscheiding eenmaal een feit is, worden de kinde­ren gedwongen hierop te reageren en een houding te vinden in de nieuwe situatie. We kunnen alleen maar goed begrijpen wat de echtscheiding voor het kind betekent als we het in een breder kader plaatsen in de belevingswereld van het kind. In de hulpverlening wordt wel een fasering in drie delen aangehouden:

1.         Crisisfase

2.         Reorganisatie-fase

3.         Stabiliseringsfase

De crisisfase

In deze fase hebben de meeste kinderen te maken met vaak onverwachte, heftige, chaotische en onvoorspelbare gebeurte­nissen. Hoewel volwassenen vanuit een soort schuldbewustzijn de zogenaamde “happy divorce”in het leven hebben geroepen (een in redelijkheid verlopende echtscheiding) komt die in de praktijk niet zo heel vaak voor.  En voor het kind is het nooit “happy”, dat is altijd het kind van de rekening.

Er wordt van het kind een reactie verwacht op het verlies van belangrijke hechtingsfiguren, mensen aan wie het de basale veiligheid in zijn leven ontleende. De aard van deze reactie hangt nauw samen met het type gezin waar het kind uit komt en de situatie zoals die was voor de scheiding. We kunnen globaal een drietal gezinnen onderschei­den:

 1          Turbulente gezinnen

             Deze worden gekenmerkt door ernstige conflicten, soms zelfs geweld.

 2          Gezinnen in conflictsfeer

             Hier is sprake van merkbare spanning, maar deze wordt door de kinderen niet als ernstig beschouwd.

3          Gezinnen in harmonie

            Hier heerst een gewone of zelfs plezierige sfeer, waarin niets wijst op een dreigende echtscheiding.

Voor kinderen uit turbulente gezinnen komt de echtscheiding meestal niet onverwacht. Zij realiseren zich vaak dat de situatie onhoudbaar is. En hoewel ze noch vader, noch moeder willen missen, willen ze verlost worden van de ruzies.

Kinderen uit gezinnen in conflictsfeer zien de scheiding soms wel aankomen, al is het toch een flinke teleurstelling voor hen. Ze hadden gehoopt dat het toch nog goed zou komen.

Voor kinderen uit harmonieuze gezinnen is de echtscheiding veel onbegrijpelijker. Zij hebben geen tastbare reden en kunnen niet hun eigen argumenten ontwikkelen om de scheiding aanvaard­baar te maken: zij waren immers het ideale gezin? Dit probleem doet zich ook voor als ouders snel na de feitelijke scheiding frequente en conflictvrije contacten hebben. Voor een aantal kinderen kan dat betekenen, dat fantasieën over hereniging gemakkelijk kunnen opbloeien en een hardnekkig leven kunnen gaan lijden. Het is van belang dat kinderen deze gevoelens voldoende verwerken om een reëel beeld te krijgen van hun toekomst.

De reorganisatiefase

Dit is de fase waarin kinderen en ouders hun leven opnieuw gaan inrichten. Nieuwe relaties worden aangegaan, er komen andere verant­woorde­lijkheden die weer verschillen per ouder, in veel gevallen is er een bezoekregeling, veel van het oude vertrouwde is verdwenen. Dit is ook de fase waarin veel kinderen problematisch gedrag gaan vertonen, vaak als gevolg van het feit dat er een zogenaamd opvoedingsvacuüm ontstaat. De ouder waar het kind bij blijft wonen, heeft het vaak enorm moeilijk om het huishouden weer te laten draaien en de eigen emoties te verwerken. Als gevolg hiervan wordt de opvoeding een minder belangrijk aandachtsgebied. Kinderen krijgen veel ruimte met als argumentatie dat ze het al moeilijk genoeg hebben. Maar juist regels en grenzen bieden veiligheid voor een kind. Is de periode van verwerken van de eerste emoties voorbij dan blijkt het vaak moeilijk om de opvoedingsdraad weer op te pakken en de regels weer aan te scherpen. Vaak gebeurt dat ook helemaal niet meer met alle gevolgen van dien.

De andere ouder probeert vaak het kind zoveel aandacht en liefde te geven, uit angst om het anders te verliezen dat ook tijdens die bezoeken geen mogelijkheden zijn voor opvoedings­principes. Kinderen worden verwend en een veel gehoorde klacht van gescheiden moeders, die vaak hard moeten werken om het finan­cieel te rooien, is dat vaders zoveel tijd en aandacht aan hun kind kunnen geven tijdens bezoekjes dat het kind liever bij vader zou willen wonen. Vaak ook heeft deze meer financiële moge­lijkheden. Dit gebeurt trouwens ook andersom, als vader de dagelijkse zorg voor de kinderen heeft. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke concurrentiestrijd geen goed doet aan de opvoeding van het kind.

Veel kinderen komen in een loyaliteitsconflict terecht. Ze weten hoe gevoelig het is om over de andere ouder te praten. Ze willen absoluut niet uitgehoord worden. Ze willen ook geen partij kiezen maar worden daar vaak toe gedwongen.

Die twee­strijd klinkt in alles door, ook in hun gevoelens naar beide ouders. Ze vinden hun moeder bijvoorbeeld liever maar zijn tegelijkertijd heel boos op haar omdat zij vader steeds de schuld gaf. Of ze zijn heel boos op vader om de manier waarop hij moeder steeds kleineerde tijdens de ruzies die zij hadden terwijl ze tegelijkertijd medelijden met hem hebben omdat hij nu weg moet en in zijn eentje moet gaan wonen.

De relatie met broertjes en zusjes kan een steun betekenen, als ze er samen over kunnen praten, maar ook een extra pro­bleem als de kinderen in kampen verdeeld worden of als de kinderen verdeeld worden over vader en moeder.

Als vader of moeder een nieuwe relatie aangaat kan dat ook voor grote problemen zorgen. Zeker als dat alweer snel na de scheiding is. Een nieuw loyaliteitsconflict wordt gebo­ren. Het is verraad aan de andere ouder, ze mogen die ander niet aardig vinden ook al is dat eigenlijk wel zo. Op die manier creëren kinderen ook voor zichzelf een enorm emotioneel obstakel.

Een andere factor, die we niet mogen onderschatten, waardoor kinderen het moeilijk kunnen hebben is de reactie van de buiten­wereld op de echtscheiding. De contacten worden beïnvloed door de echtscheiding en niet zelden gaan familieleden, buurtbewoners of gemeenteleden zich anders gedragen tegenover de kinderen of zich bemoeien met de opvoeding. Ook komt het nog steeds voor dat dergelijke kinderen besmet worden ver­klaard, vriendjes en vriendinnetjes mogen er niet meer mee spelen. Deze dingen gebeuren ook op de zondagsschool of de kinderclub!

De stabiliseringsfase

Tijdens deze fase treden er geen plotselinge veranderingen meer op in relaties en levensomstandigheden. Alles is min of meer in rustiger vaarwater gekomen en de nieuwe rollen zijn duidelijk geworden. Wat echter vaak blijft zijn de gedragspro­blemen mede als gevolg van wat ik eerder aangaf: het is moeilijk om de teugels weer aan te halen als er al een tijdje van de vrijheid is genoten. Tegelijkertijd blijft overeind staan dat het voor het welzijn van de kinderen wel van groot belang is. Dit is tevens de reden waarom wij als organisatie pleiten voor een gedegen opvang en begeleiding zo mogelijk al in de eerste fase van het scheidingsproces.

Verschillen tussen kinderen

Er is niet zoveel bekend over de verschillen in reageren van kinderen op echtscheiding. Wel is duidelijk dat leeftijd, karakter en geslacht een rol spelen. De invloed van de leeftijd, of beter gezegd, de ontwikkelingsfa­se waarin het kind zit, is zeer groot. Tegelijkertijd is het niet zo dat de scheiding voor jongere kinderen ernstiger conse­quenties heeft dan voor oudere. Iedere ontwik­kelingsfase heeft zijn eigen patroon van reageren en aanpas­sen. Zo reageren kleuters bijvoorbeeld het meest heftig en direct (ex­treem angstig gedrag, slaapproblemen, agressie). In de reorga­nisatiefase blijken ze echter minder problemen te hebben dan oudere kinderen.

Kinderen tussen vier en vijf jaar vertonen vooral onrust, angsten en schuld­gevoelens, terwijl kinderen die net iets ouder zijn al meer begrip kunnen opbrengen voor wat er gebeurt. Hun reactie speelt zich ook vaak meer af buiten het gezin, bijvoorbeeld op school. Basisschoolkinderen, van wie de ouders in de eerste levensjaren waren gescheiden, hebben soms meer agressie tegen leeftijdgenoten dan tegen de ouders zelf. Als de ouders uit elkaar gaan terwijl de kinderen al op school zitten, zien we juist vaak dat de agressie en boosheid zich richt op de ouders .

Oudere tieners en jongvolwassen nemen een aparte plaats in. Ze staan op het punt het ouderlijk milieu te verlaten en een scheiding van de ouders versnelt in veel gevallen dit proces. Dit kan ertoe leiden dat de jongere zich (soms zelfs in extreme mate) gaat afzetten tegen het ouderlijk milieu.

Het blijkt uit allerlei onderzoeken dat jongens meer schade door echtscheiding ondervinden dan meisjes. Hierbij is de leeftijd niet van belang. Jongens blijken meer  gedragsproblemen te vertonen, hebben meer proble­men in sociale relaties zowel thuis als op school en raken vaker verzeild in agres­sief acting-out gedrag. Het voert te ver om op de oorzaken daarvan in te gaan, ik wil het bij de constatering laten hoewel juist hier ook een aantal aanknopingspunten liggen voor pastoraat.

Pastorale aanknopingspunten

Wat kunnen we nu met elkaar doen om kinderen te helpen die met dit probleem geconfronteerd worden?

Ik zet de problemen en de vragen waar het kind mee kan worstelen op een rijtje: 

1. Geschokt vertrouwen, met als hoofdvraag: 'hoor ik wel bij iemand?' Enerzijds kan dat leiden tot een grote regressie­ve behoefte aan zorg en aandacht, anderzijds ook tot een voortijdig groot willen worden;

2. Verdriet en schuldgevoelens, zoeken naar de afwezige ouder. Een kind kan denken dat het zijn schuld is dat ouders uit elkaar gaan; 

3. Boosheid ten opzichte van allebei de ouders. De een heeft ze in de steek gelaten, de ander is daar schuldig aan; 

4. Identificatieproblematiek. Kinderen ontlenen hun identiteit aan hun beide ouders. Dat betekent dat als een van beide wegvalt, dit een probleem oplevert; 

5. Geloofsvragen. Waarom heeft God dit toegelaten? Vertekend vaderbeeld. Onbegrip over een liefdevolle God. Opstandig tegen God.

We moeten in de eerste plaats rekening houden met de tegenstrij­dige gevoelens van het kind zelf. Aan de ene kant willen kinderen graag weten hoe en waarom hun ouders gaan scheiden, aan de andere kant verzetten ze zich er tegen. Ze vinden het belangrijk zelf te beslissen bij wie ze gaan wonen, maar ze willen de keuze liever niet maken, bang de andere ouder te kwetsen.

Ook leerkrachten worden veelvuldig geconfronteerd met leerlingen van wie de ouders in een echtscheidingssituatie verkeren. In het algemeen vinden kinderen het wel prettig wanneer de leerkracht daarvan op de hoogte is. Meestal zijn de kinderen er erg bang voor door hun klasgenootjes anders gevonden te worden, of zelfs te worden afgewezen. Dat maakt het praten erover in de klas ook discutabel. Aan de ene kant wil het kind dat de leerkracht wat rekening met ze houdt aan de andere kant willen ze absoluut niet voorgetrokken worden. Voor ouders betekent het in zo’n situatie veelal schipperen met de aandacht voor de kinderen op school en dat is ook niet bevorderlijk voor de totale situatie met al zijn spanningen.

Die twee kanten komen we na een echtscheiding steeds meer tegen. Dat kan niet anders en dat betekent dat een kind voortdurend heen en weer geslingerd wordt tussen vader en moeder. Dat maakt (pastorale) hulpverlening aan dergelijke kinderen vaak ook zo moeilijk, het duurt lang voor er weer een beetje stabiliteit is gevonden en voor hen duidelijk is waar vader en moeder staan. Ik wil toch proberen een aantal handvatten op een rijtje te zetten.

Uiteraard is ook in deze situaties de rol van gebed en voorbede cruciaal. We kunnen nooit de illusie hebben dat we met onze eigen ervaring en creativiteit de nood en problemen van een kind kunnen aanpakken. Dan zal er altijd iets missen. Ik ga er vanuit dat iedere pastorale werker dat onderkent.

Langdurig

Het begeleiden van een kind van gescheiden ouders duurt normaal gesproken lang. De fundamenten van het kind zijn door elkaar geschud en in veel gevallen aan het wankelen gebracht. Dat betekent dat er gewerkt zal moeten worden aan herstel van vertrouwen. Kinderen van gescheiden ouders moeten opnieuw ontdekken dat er wel degelijk een fundament is in hun leven. Maar pas op met het al te vlug aan komen zetten met het feit dat de Here Jezus het fundament is in hun leven. Dat is wel zo, maar zeker voor jonge kinderen wordt de Here Jezus gerepresenteerd door hun ouders! Dat valt dus in duigen als ouders uit elkaar gaan. Daarom is een echtscheiding ook vaak desastreus voor het geloofsleven van jongere kinderen.

Wees alert! Zorg dat uw leven een voorbeeld is van stabiliteit en laat ze (her-)ontdekken dat het waar is wat de bijbel aangeeft: “want een ander fundament dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen.” (1 Kor.3:11). Pastoraal werkers moeten zich realiseren dat de begeleiding hier begint, uiteraard met de nodige nuances. Het maakt wel verschil of het gaat om een jonger kind of een tiener, maar het principe blijft hetzelfde.

Veiligheid

Zoals we eerder zagen, is de veiligheid van ieder kind aan het wankelen gebracht als ouders gaan scheiden. Daarom heeft een kind extra behoefte aan veiligheid. Veiligheid vindt een kind in duidelijke regels en grenzen. Het tegengestelde gebeurt

echter vaak. Het kind wordt zielig gevonden en daarom laten de ouders en eventuele derden de teugels vieren wat extra onveiligheid in de hand werkt. Duidelijke grenzen en liefst voortzetting van de oude bestaande regels is wat ze nodig hebben. Laat uw thuissituatie dat plekje voor ze zijn. 

Accepteren van gevoelens

Accepteer het kind met zijn gevoelens ook al begrijpt u misschien niet waar die vandaan komen. Geef het kind de ruimte om er over te praten maar forceer niets. U bent geen detective die een kind moet uithoren. Realiseer u dat vertrouwen wordt

geschonken, het is nooit iets waar we recht op hebben! Stel u begrijpend op en waak ervoor om zelf partij te kiezen, dan bent u voor het kind niet meer acceptabel! Voor kinderen kan het prima werken om hun gevoelens door middel van spel, tekeningen of een andere activiteit te uiten. Blijf als pastoraal werker voor kinderen niet hangen in alleen maar praten! 

Geloofsvragen

Komt het kind met geloofsvragen, laat dan Jezus' verdriet zien vanuit de bijbel. (Hebr.4:15 Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakhe­den....) Jezus huilde ook. God begrijpt het beter dan u of ik als een kind boos is op Hem. Stop dat niet weg, het is een deel van het verwer­kingsproces. Het is wel belangrijk dat een kind zich met zijn boosheid tot God richt en niet bij Hem wegloopt hoewel dat laatste ook kan gebeuren. Belangrijk is hierbij dat we een theologie van lijden ontwikkelen voor onszelf. Iedere christen heeft een priesterlijke functie (1 Petr. 2:9); we staan naast de kinderen in hun nood en we zien met eigen ogen de gevolgen van het onrecht wat ze meemaakten en de klappen die ze kregen in het leven. Hun vraag: 'waar was God toen dit met mij gebeurde', kan ook bij de pastoraal werker dezelfde vraag oproepen. Hoe het ook zij, we zullen zelf een antwoord moeten vinden op de vraag: 'Waar is God als mensen lijden'. Je kunt antwoorden ook niet zo maar van een ander overnemen. Er zal een innerlijke verwerking moeten zijn van deze vragen. Een bijbels perspectief op lijden kan ons beschermen tegen bitterheid tegen God en het verliezen van het contact met Hem en daarmee ook de bron van onze kracht voor de taak waar God ons toe roept. Komen we toch in een crisis, dan helpt een weldoordachte theologie van lijden ons, om een uitweg te vinden.  Tegelijkertijd moeten pastoraal werkers zich realiseren dat kinderen vaak een andere weg bewandelen om te leren omgaan met hun verdriet en hun geloof in God. Dat geldt in nog sterkere mate voor tieners. In alle gevallen geldt: geef ze de ruimte en durf God te vertrouwen!

Bidden

Bid voor het kind, bid eventueel met het kind als daar moge­lijkheden voor zijn. (Laat de kinderen tot Mij komen) Besteed speciaal aandacht aan het schuldgevoel dat het kind moge­lijk zelf heeft over de schei­ding, als zou hij de schuldige zijn. Dat gevoel moet het kind absoluut kwijt.

Realiteit

Wees reëel. Veel kinderen denken dat het wel weer goed komt of maken fantasieën hoe het zou kunnen zijn. In hun gebed komt het terug. Ze kun­nen het een tijdje nodig hebben als bescherming maar haal ze er op tijd uit! Natuurlijk, God kan wonderen doen, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het overgrote deel van alle echtscheidingen, ook onder christenen, niet meer ongedaan wordt gemaakt. Kinderen hebben die (harde) duidelijkheid nodig om gezond een verder leven op te kunnen bouwen. Wees daarom voorzichtig met uw eigen gebed!

Voorbeeld

Als we ons realiseren dat kinderen het beeld dat zij krijgen van het huwelijk van hun ouders als voorbeeld voor hun eigen toekomstige relatie zien, dan weten we hoe belangrijk het is om het goede voorbeeld te geven. Laat kinderen zien dat er nog wel goede huwelijken zijn,dat God wel degelijk het huwelijk als iets moois heeft gemaakt. Dit moeten ze goed door krijgen anders loopt een eigen toekomstig huwelijk groot gevaar. Dat betekent niet dat een kind alleen maar een perfect plaatje te zien moet krijgen maar juist dat als er fouten worden gemaakt er ook vergeving wordt gevraagd en geschonken. Het kan enorm helpen als kinderen van gescheiden ouders in een gezond gezin worden opgevangen en daar bijvoorbeeld elke woensdagmiddag mogen doorbrengen.

Conclusie

Kinderen van gescheiden ouders vormen een duidelijke risicogroep. Het is een grote, groeiende groep die een wankel fundament heeft voor de toekomst van een eigen relatie. De gemeente van Christus moet zich dan ook bewust zijn van haar verantwoordelijkheid om de zorg voor deze kinderen op zich te nemen. Daarnaast mag elke gemeente zich afvragen in hoeverre echtscheiding een geaccepteerd gegeven is geworden. In hoeverre is de gemeente nog anders dan de wereld?


Rob Hondsmerk

Directeur Stichting Generatio en Generations Consultancy

GZ-Psycholoog



[1] Nederlands Dagblad 19 oktober 1996.